Organisatie

De Rijksrecherche staat voor een eerlijke overheid. De belangrijkste taak van de Rijksrecherche is het opsporen en onderzoeken van (vermeend) strafbaar gedrag van overheidsfunctionarissen. De Rijksrecherche valt direct onder de verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal. Zo vertolkt de Rijksrecherche de rol van onpartijdige instantie die (mogelijk) strafbaar gedrag binnen de overheid onderzoekt. De Rijksrecherche maakt dus geen onderdeel uit van andere opsporingsinstanties, ook niet van de politie.

Bij de Rijksrecherche werken ervaren rechercheurs die ondersteund worden door de stafafdeling en de afdeling bedrijfsvoering. Ze werken vanuit vier locaties in Nederland: Amsterdam, Den Haag, Zwolle en Den Bosch. In Den Haag zit ook het hoofdkantoor. In Caribisch Nederland (bestaande uit Bonaire, Sint Eustatius en Saba, oftewel BES) heeft de Rijksrecherche ook een kantoor in Kralendijk (Bonaire).
 

Wat doet de Rijksrecherche?

De Rijksrecherche speelt een belangrijke rol bij het opsporen en onderzoeken van ambtelijke corruptie. Als ambtenaar, bestuurder of volksvertegenwoordiger kun je het vertrouwen van burgers in de overheid maken of breken. Het is daarom belangrijk dat zij altijd integer en zorgvuldig handelen. Bij (vermeend) strafbaar gedrag binnen de overheid kan de Rijkrecherche een onderzoek instellen. Dat gebeurt in opdracht van de Coördinatie Commissie Rijksrecherche (CCR) op verzoek van de hoofdofficier van justitie.

Het gaat bijvoorbeeld om onderzoeken naar corruptie, het lekken van informatie, fraude of schending van de geheimhoudingsplicht door ambtenaren. Naast het doen van onderzoek zet de Rijksrecherche ook steeds vaker haar expertise in om haar kennis te delen met overheden, zodat bestuurders kunnen werken aan preventie van integriteitsschendingen en algemene weerbaarheid binnen de overheid.

Een andere belangrijke taak van de Rijksrecherche is het doen van strafrechtelijk onderzoek naar ernstige geweldsincidenten rondom politiefunctionarissen en andere overheidsfunctionarissen met politietaken. Het gaat bijvoorbeeld om onderzoeken waarbij opsporingsambtenaren in de uitoefening van hun functie gebruik maken van een vuurwapen, waarbij iemand wordt geraakt. Ook doet de Rijksrecherche onderzoek als iemand in een politiecel overlijdt. Voor alle betrokken partijen is het belangrijk dat onafhankelijk en onpartijdig onderzoek wordt gedaan: voor de slachtoffers en nabestaanden om te weten wat er precies is voorgevallen, maar ook voor de politiefunctionaris die weet of hij rechtmatig heeft gehandeld.

Ten slotte wordt de Rijksrecherche voor zaken gevraagd vanwege haar bijzondere expertise of vanwege de delicate verhoudingen die in een zaak een rol spelen

Aanwijzing taken en inzet Rijksrecherche

Onpartijdig

Door haar onpartijdige status kan de Rijksrecherche haar werk zorgvuldig en objectief doen. De doelstelling van de Rijksrecherche is het leveren van een belangrijke bijdrage  aan het waarborgen van de integriteit van de overheid. Uiteindelijk wil de Rijksrecherche bijdragen aan het vertrouwen van de burger in de overheid.

De Rijksrecherche volgt bij het uitoefenen van haar taken de volgende speerpunten:

  • Het verrichten van onpartijdig en zorgvuldig onderzoek
    De Rijksrecherche richt zich op het opsporen van misdrijven, gepleegd door (semi) ambtenaren. In al haar onderzoeken zijn onpartijdigheid, distantie en zorgvuldigheid belangrijke criteria. De Rijksrecherche levert objectief en kwalitatief hoogstaand werk af.

  • Samenwerken en versterken van de informatiepositie
    De Rijksrecherche werkt waar mogelijk samen met netwerkpartners zoals Nationale Politie, Kmar, FIOD, bijzondere opsporingsdiensten, Autoriteit Consument en Markt (ACM) en financiële instellingen. Dat doet zij zowel op operationeel als beheersmatig niveau. Onderzoeken van de Rijksrecherche dienen objectief, onpartijdig en zorgvuldig te worden uitgevoerd. Samenwerken is dus alleen mogelijk wanneer deze doelstellingen niet in het geding komen.

Wanneer wordt de Rijksrecherche ingezet?

Niet alle onderzoeken naar misdrijven gepleegd door (semi-)overheidsfunctionarissen worden door de Rijksrecherche uitgevoerd. Er is een aantal inzetcriteria:

  1. Rijksrecherche-onderzoeken zijn gericht op functionarissen in dienst van de (semi-)overheid;
  2. Rijksrecherche-onderzoeken zijn gericht op een mogelijk gepleegd misdrijf dat, naar alle waarschijnlijkheid, de integriteit van de Nederlandse overheid ernstig kan aantasten;
  3. Inzet van de Rijksrecherche is aan de orde als het onderzoek niet alleen onpartijdig moet zijn, maar ook als bij het onderzoek alle schijn van partijdigheid moet worden vermeden;
  4. Inzet van de Rijksrecherche is gewenst bij zaken die vragen om de expertise van de dienst of zaken waarbij sprake is van delicate verhoudingen.

Wanneer aan één of meerdere criteria wordt voldaan, wil dat niet automatisch zeggen dat de Rijksrecherche in actie komt. Per zaak beslist de Coördinatie Commissie Rijksrecherche (CCR) of inzet noodzakelijk is. De CCR staat onder voorzitterschap van een Procureur-generaal van het Openbaar Ministerie