Op woensdag 7 mei 2025 hebben enkele tientallen actievoerders gedemonstreerd tegen de banden die de Radboud Universiteit in Nijmegen onderhoudt met Israëlische instellingen. Rondom deze demonstratie worden drie personen aangehouden. Eén demonstrant loopt bij diens aanhouding ernstige verwondingen op door een beet van een politiehond. Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland heeft de strafrechtelijke onderzoeken naar de gebeurtenissen afgerond.

Een 24-jarige man moet zich voor de rechter verantwoorden voor mishandeling van twee beveiligers en verzet bij zijn aanhouding. Het OM concludeert op basis van onderzoek door de Rijksrecherche dat de inzet van de politiehond tegen de persoon die is gebeten een overtreding is van ambtsinstructie.

Onderzoek naar strafbare feiten door demonstranten

De actievoerders eisen die middag bij het bestuursgebouw Berchmanianum aan de Houtlaan een gesprek met de bestuursvoorzitter van de Radboud Universiteit. Dat gesprek, buiten het gebouw, wordt door de bestuursvoorzitter afgebroken, omdat de actievoerders gezichtsbedekkende kleding blijven dragen. Vervolgens escaleert de situatie als actievoerders het gebouw Berchmanianum binnen dringen. Beveiligers proberen de demonstranten naar buiten te drijven en zijn daarbij mishandeld. Eén van de beveiligers wordt in zijn hand gebeten door een 24-jarige man uit Nijmegen.

De politie wordt ingeschakeld om de verdachten van deze mishandelingen aan te houden. Om de chaotische situatie met de grote groep demonstranten onder controle te krijgen, komen ook hondengeleiders van de politie ter plaatse.

Vijf personen, waaronder de 24-jarige man die twee beveiligers zou hebben mishandeld, lopen op enig moment richting de rotonde Erasmuslaan – Heyendaalseweg. Daar gaat de politie over tot aanhouding van deze man. Het OM ziet in de uitkomsten van het onderzoek voldoende grond om deze man strafrechtelijk te vervolgen voor mishandeling van twee beveiligers en verzet bij zijn aanhouding.

De zaak van een 26-jarige demonstrant die later op de dag werd aangehouden, wordt geseponeerd. Er is onvoldoende bewijs dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van de beveiligers of andere strafbare feiten.

Rijksrecherche onderzoek naar inzet politiehond

In de chaotische situatie bij de rotonde aan de Erasmuslaan – Heyendaalseweg is ook een politiehond ingezet, waarbij een persoon zwaar gewond is geraakt aan diens been. De rechtmatigheid van de inzet van de politiehond is daarom getoetst aan de ambtsinstructie van de politie. Om die reden heeft de Rijksrecherche onder leiding van het Openbaar Ministerie Oost-Nederland onderzoek gedaan.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat meerdere demonstranten zich met de aanhouding van de bovengenoemde 24-jarige man uit Nijmegen probeerden te bemoeien. Bovendien kwam er tijdens deze aanhouding een grote groep demonstranten naar de rotonde toe gerend.

Eerst heeft de hondengeleider - net zoals andere politiemedewerkers - de wapenstok tegen de demonstranten gebruikt. Daarna heeft hij de politiehond tegen het latere slachtoffer ingezet.

De politiehond heeft deze persoon in het been gebeten en gedurende tientallen seconden vastgehouden, waardoor er ernstige verwondingen zijn ontstaan. Omdat de hondengeleider bij zijn optreden door de demonstranten werd gehinderd, is het hem niet gelukt ervoor te zorgen dat de hond snel losliet.

Het Openbaar Ministerie concludeert op basis van het onderzoek door de Rijksrecherche dat de politie in deze chaotische en dreigende situatie geweldsmiddelen, waaronder de diensthond, mocht inzetten. Maar van deze persoon ging niet een zodanige dreiging uit dat de inzet van de hond tegen deze demonstrant gerechtvaardigd was. Dreiging ging wel uit van de groep aanstormende demonstranten. Deze demonstrant lag echter al op de grond en heeft geen geweldshandelingen tegen de politie gepleegd. De persoon was zich ook niet bewust van het feit dat de politie tot aanhouding wilde overgaan en heeft zich daar dus niet tegen verzet.

Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat hier sprake is van een overtreding van de ambtsinstructie, waarvoor de hondengeleider zich moet verantwoorden voor de rechter. De hondengeleider zal daarom worden gedagvaard voor de zogeheten ‘Blauwe Kamer’ van de rechtbank Midden-Nederland. Dit is een gespecialiseerde kamer van rechters die alle strafzaken tegen opsporingsambtenaren (zoals politieagenten en boa's) behandelt die worden verdacht van het gebruik van geweldsmiddelen in strijd met de ambtsinstructie.

De persoon die door de hond is gebeten, wordt niet verder vervolgd. Het OM is van oordeel dat deze demonstrant ten onrechte is aangemerkt als verdachte van openlijk geweld of verzet tegen de aanhouding en heeft de strafzaak daarom geseponeerd.

Alle betrokkenen zijn op de hoogte gesteld van deze beslissingen van het OM.